Pesten in het verpleeghuis

IMG_5720Mevrouw P. loopt nog kwiek rond en ziet er verzorgd uit. We wisselen de hele tijd zinnetjes uit als: ‘goed hoor meid,’ ‘nee, ik laat me niet op de kop zitten, en ‘geniet ervan’. Bij sommige mensen verdwijnt de inhoud uit de woorden en blijft alleen de vorm over. Lege zinnetjes met geen andere bedoeling dan een vriendelijk lijntje te leggen.

Dan komt er een mevrouw E. binnen in een rolstoel. Een bedeesde vrouw met heldere ogen en hersenen. Mevrouw P. lijkt iets te sissen en ziet er opeens onvriendelijk uit. Of verbeeld ik het me nou? Ik vergeet het.

Later zit ik met E. te kletsen tot ik iets vreemds achter me voel. Ik draai me om en zie P. die strak naar E. staat te kijken. Ze stuurt een lange borende blik die wil verdoemen en vervloeken.

‘Wat is hier aan de hand?’ stamel ik verbluft.

‘Je bent een dom element,’ sist ze naar E. ‘Ik kieper je met rolstoel en al in een sloot. Wacht jij maar af.’ Haar blik laat E. los en brandt nog even na.

‘Laten we een beetje vriendelijk met elkaar omgaan!’ roep ik uit.

‘Ik mag haar niet en dat weet ze,’ zegt P. beschuldigend.

‘Als je iemand niet mag, blijf je uit elkaars buurt en dan zoek je elkaar niet op,’ zeg ik. Ik pak haar arm en probeer haar zachtjes in de richting van de gang te trekken. ‘Gaat u  maar even naar uw kamer.’

Voor ze de draai maakt roept ze nog tegen E. ‘Ik krijg jou wel. Ik vreet je op met huid en haar. Helemaal. Wacht maar af.’

Ik ben er besuusd van. ‘Wat was dat nou?’ vraag ik aan E.

Ze haalt haar schouders op en neemt een hapje van haar puddingbroodje. ‘Ik weet niet waar ik het aan verdiend heb. Zo doet ze al tijden. Ik zeg maar niks terug anders wordt het alleen maar erger. Ik heb zo’n hekel aan ruzie.’

‘Negeren is het beste,’ beaam ik.

Als ik later afscheid van E. neem, pakt ze mijn hand en zegt: ‘ik ben zo blij dat u er net bij was.’ Tranen wellen op. Hulpeloos huilt ze zachtjes terwijl ze zichzelf probeert te vermannen. ‘Fijne dag  en bedankt voor uw steun.’

Ook van mw. P neem ik afscheid. Ik doe joviaal, en zij doet joviaal terug. Het is ‘schat’ hier en ‘schat’ daar. Maar bij mij voelt het niet meer zo goed. Ik licht de dienstdoende zusters in en die blijken op de hoogte te zijn van het gepest. Dat stelt me een beetje gerust als ik de afdeling verlaat.

Gepest worden in het verpleeghuis. Ik maak het vaker mee. Weglopen kan niet want je kunt niet lopen. En je pestkop kan elk moment van de dag toeslaan. Wat akelig.

4 gedachten over “Pesten in het verpleeghuis”

  1. Ik kan er tussen gaan staan, en dat doe ik ook. Maar ik ben er lang niet altijd, als tijdelijke kracht. En de mensen zijn vaak alleen. Door het aan te kaarten hoop ik dat er actie genomen wordt; een van de twee in een andere groep plaatsen lijkt me het beste.

  2. Ja, herkenbaar. Mijn dierbare is soms slachtoffer en soms dader. Dan heeft ze weer een blauwe plek op haar gezicht of is haar arm bont en blauw. Ze is kwetsbaar in de rolstoel maar gelijk ook gevaarlijk. Ik word daar wel eens bang van, is dat de dierbare die mij grootgebracht heeft? Ja, een kwetsbaar en bang mensenkind die ik elke keer weer moet achterlaten, ik kan haar niet beschermen maar wel vragen of haar beschermengel bij haar wil blijven en haar omringen, ook als ik er wel ben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.