Máma

Ruud houdt van lopen. Of beter: hij kan niet stilzitten. Hij loopt van de ene huiskamer naar de andere, buigt zich over andere bewoners die achteruit deinzen, en pakt alles wat binnen zijn bereik komt. Staat hij met een botervloot in zijn handen. Of met een vaas bloemen. En als hij de rollator van iemand anders te pakken heeft, laat hij die het komende uur niet meer los. Vervelender is dat hij laatst een andere bewoner omver heeft geduwd. Een mevrouw van 102 jaar oud, bont en blauw was ze, die hem sindsdien wraakzuchtig in de gaten houdt.

Dus als er te weinig mankracht is, wordt hij in een rolstoel gezet met een band om zijn middel zodat hij niet op kan staan. Hij roept de godganse tijd: ‘Máma’. Op zijn Italiaans. Waardoor ik niet weet of hij nou om zijn moeder roept of een ironische interpretatie zit weg te geven. Af en toe barst hij in onbedaarlijk snikken uit. Zijn verdriet is zo groot dat troosten niet helpt. Maar het gaat ook weer voorbij, dat verdriet, als bij toverslag.

Nu had ik ontdekt dat als je hem op een kordate toon een opdracht gaf, dat hij dan heel gewoon reageerde. Een deel van de automatische piloot is intact gebleven, zeg maar.

Ik: Ruud, help me even alsjeblieft. Wil jij voor mij deze handdoek vouwen?

Hij: Maar natuurlijk. Geef maar hier.

Hij pakt de handdoek en vouwt hem keurig doormidden.

Dan stopt hij. Hij kijkt me opeens aan met andere ogen en zegt: ‘je bent een groot goed mens’.

Het duurt slechts een moment voor zijn blik alweer verandert. Niet-begrijpend kijkt hij naar de handdoek in zijn handen, begint het ding te verfrommelen en hervat zijn klaaglijke roep. Máma!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.