T. R. U. T. De verwarde beleving van een demente.

Meneer Piet heeft goede dagen en slechte dagen. Deze zondag was een slechte dag en mijn collega S. was de pineut. Níets moest hij van haar hebben. Elke keer als ze hem aansprak spelde hij het voor haar uit:  ‘T. R. U. T.’

Wel zei hij dat hij wilde bidden, en dat kwam mooi uit want op zondag is er altijd een kerkdienst in het huis. Helaas waren de vrijwilligers vergeten meneer Piet op te halen. Dus moest S. hem zelf naar de kapel brengen.

Meneer Piet kon het verband tussen bidden, kerk en hoe daar te komen, niet meer maken. Hij raakte verstrikt in zijn onzekerheid. Arme meneer Piet. Arme S.

Hij had heel goed door dat zij het was die hem met rolstoel en al begon te duwen. En hij vertrouwde haar niet, dus hij liet zijn voeten zoveel mogelijk over de grond slepen in een poging het karretje te stoppen.

‘Dwangenarij, het is allemaal dwangenarij,’ gromde hij.

Elke uitleg die zij hem probeerde te geven (‘U gaat naar de kerk, kunt u fijn bidden’) werd gedwarsboomd met ‘T. R. U. T.’  Toen moesten ze ook nog met de lift. Nu was het wantrouwen van meneer Piet compleet. ‘Dwangenarij!’ riep hij met steeds luidere stem.

Eindelijk kwamen ze aan in de kapel waar de dienst al was begonnen. Zij opende de deur, ‘Goedemorgen, hier is nog een bewoner,’ en ging met hem naar binnen.

‘Verdomme!’ brulde meneer Piet opeens.

Als een samengeperst brok woede hees hij zich uit zijn rolstoel, nam twee trefzekere stappen naar de kapeldeur en ramde deze met grote kracht in de sponning. De deur zwenkte terug en weer kreeg de deur een woedende zwaai. Dit keer viel de deur dicht. Het lawaai denderde na terwijl meneer Piet zich met fonkelende ogen omdraaide.

De aanwezigen keken in angstige verbazing toe hoe de vrouwelijke dominee voorzichtig op hem toeliep.

‘Welkom.’ Ze kon niet voorkomen dat haar stem een beetje trilde.

‘Wat is dit voor kerk!?’ schreeuwde hij.

‘Dit is de kerk van ons allemaal.’

Waarschijnlijk stelde het gewaad van de dominee hem gerust. Bovendien had  de uitbarsting  veel van zijn krachten geëist. Hij kromp een beetje en zocht steun bij de deur. De dominee nam hem bij de arm en voerde hem naar zijn rolstoel. Een zucht van opluchting golfde door de zaal.

Na de kerkdienst was hij zijn antipathie tegen S. vergeten. Hij wist zich van de prins geen kwaad. Zo kan dementie zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.