De zuster zonder inlevingsvermogen

IMG_4421 (1)

Dit keer werk ik ’s avonds rond etenstijd. Dat betekent op deze groep, zo vertelt de dienstdoende zuster me, dat de mensen om 17.00 uur warm eten krijgen, om 17.45 koffiedrinken en daarna naar bed gaan.

Asjemenou, denk ik, dat is vroeg. Op andere groepen krijgen mensen vaak een aperitiefje en ’s avonds zijn ze  in de huiskamer waar ze een boek lezen, tv-kijken of een spelletje doen. Dat is hier dus niet gebruikelijk. De mensen zullen wel te apathisch zijn, denk ik bij mezelf.

De zuster schept de borden vol en ik deel ze uit. Dan vertrekt ze om zelf te gaan eten met haar collega’s en blijf ik bij de mensen. De dames (mannen zijn een minderheid in verpleeghuizen) praten langs elkaar heen, wat niet erg is want ze laten elkaar beleefd uitpraten en maken meelevende geluidjes. Het is gezellig – en dit zeg ik zonder spoortje ironie.
Ik wacht rustig tot ieder uitgegeten is – tijd in overvloed tenslotte. Maar daar denkt de zuster anders over. Ze komt binnen en begint de borden te vervangen voor bakjes vla. Een beetje verbaasd ben ik wel; dat is mijn taak. Het schijnt haar niet te hinderen dat ik ‘niks’ doe. Als het maar gebeurt. Ze verdwijnt weer naar haar collega’s.

Klokslag 17.45 haast ze zich weer naar binnen om koffie in te schenken en aan de afwas te beginnen. Ondertussen vind ik een boek van Toon Hermans. Altijd leuk. Kleine gedichtjes, leuke tekeningen. De mensen zijn er dol op.
Tijdens de koffie lees ik voor. Over elk versje praten we na. ‘Liefde op het eerste gezicht is ook niet alles hoor…’ Zelden heb ik een geanimeerder gezelschap ontmoet in dit huis.

Zuster loopt ondertussen medicijnen uit te delen, wat best wel afleidt van de versjes, en ik kan nog net verhinderen dat ze er met de lege koffiekopjes vandoor gaat.

En dan, tot blijdschap van alle dames, komt Jaap binnen met zijn gitaar. Jaap is een vrijwilliger die elke week een halfuurtje liedjes komt zingen. Ik schenk een tweede rondje koffie in. Alle blikken zijn verwachtingsvol op Jaap gericht. Hij tokkelt wat op zijn gitaar en zet Meisjes met rode haren in. Ook ik zing mee terwijl ik de laatste afwas in de machine zet en het aanrecht schoonveeg. Zodra alles aan kant is ga ik weer bij de groep zitten. Ze zingen een patriottisch lied.

De jongens van Holland, ze lijken tam,
Zoo zacht en zoo zoet en gedwee als een lam,
Maar wil soms een vreemde hier baas zijn in huis,
Dan geven ze’m netjes van katoen op zijn buis;
En wil hij niet weg, dan laten ze hem staan
Maar schieten hem straks uit het water vandaan.

(uit Daar komen de jongens van Holland ‘an)

Er wordt geneuried en gezongen, de ogen stralen. Vooral de mevrouw naast mij in haar rolstoel zit met volle teugen te genieten. Haar blauwdooraderde handen tikken de maat mee op tafel.

Maar daar is de zuster weer. Ze grijpt de handvatten van de rolstoel. Mevrouw voelt het en kijkt verbaasd en grimmig tegelijk strak voor zich uit. Ze blijft ferm de maat meetikken. De zuster voelt de weerstand, laat los en gaat achter de computer zitten. De bewoonster werpt haar een tevreden blik toe en neuriet weer verder.

Het mag niet baten. Na vijf minuten wordt mijn buurvrouw alsnog, pardoes, zonder aankondiging, middenin Alle leuke jongens willen vrijen naar achter gereden, de kamer uit. Ze kijkt hulpeloos. Het is 19.15 uur.
‘Ze wilde niet hè,’ vraagt mijn andere buurvrouw. ‘Nee,’ antwoord ik bevestigend.

Jaap blijft nog een kwartiertje zingen en vertrekt dan. Ook ik trek mijn jas aan en zie op weg naar buiten de zuster op haar gemak met een collega praten. Mevrouw ligt waarschijnlijk al op bed. Het spijt me dat ik niet heb ingegrepen. Had ze nou echt niet een kwartiertje kunnen wachten?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.