Alle berichten van Leen

Duur voor de één, is goedkoop voor de ander

Ik woon in ’t Gooi en dat is een rijke streek. De tweedehandszaken hier zijn befaamd in het hele land. Een mooi aanbod van prachtige bijna-nieuwe spullen van topmerken, voor veel minder geld. Winkels waar ik tot voor kort nooit een voet zette. Ik vond tweedehands kleding muf en vies.

Maar een paar maanden terug was ik dan toch over mijn schroom heengestapt en had ik de rekken van zo’n vintage-zaakje doorgewerkt. En ik scoorde me toch een geweldige kleding!

Aan de koffie met twee van mijn zorgcollega’s vertelde ik trots dat alles wat ik droeg tweedehands was. Ik ving heus wel op dat ze zeiden dat zij altíjd tweedehands droegen, maar in mijn enthousiasme denderde ik door: een broek van dit merk voor slechts  €29 en een overhemd van dat merk voor een luttele €15. Verwachtingsvol keek ik ze aan. ‘€29,’ mompelde de een, ‘dat zou ik nooit aan een broek uitgeven.’ ‘€15 voor een overhemd?’ bracht de ander uit. Verbijsterd deden ze er het zwijgen toe.
Lees verder Duur voor de één, is goedkoop voor de ander

Vrijwilligers werken gratis – maar kosten de zorgcliënt geld

Het is jammer dat ik er geen foto van heb gemaakt. Naast elkaar op het prikbord van het verpleeghuis:
Een oproep aan vrijwilligers om op vrijdagmiddag met bewoners te gaan wandelen.
En een oproep aan bewoners om op vrijdagmiddag te gaan wandelen. Kost wel €30 per maand.

Ik werd echt heel boos toen ik dat zag. Als ik als vrijwilliger iets doe voor een ander, is dat omdat ik die ander iets wil geven wat hij/zij anders niet krijgt. Ik wil niet gratis iets doen waar de ander vervolgens voor moet betalen. Het is al helemaal niet de bedoeling dat het verpleeghuis er iets aan verdient.
Lees verder Vrijwilligers werken gratis – maar kosten de zorgcliënt geld

Legt dementie je kern bloot?

Ooit dacht ik dat als je ging dementeren, er een puurdere, rauwere versie van jezelf tevoorschijn kwam. Van die mening ben ik nu af.

Een collega in het verpleeghuis onderstreepte mijn eerste idee door het zo te verwoorden:

‘De mensen hier zijn opgegroeid met strenge normen en waarden. Ze leefden in een strak stramien van hoe je je hoorde te gedragen. Nu moeten ze hun maskers laten zakken en voor sommigen is dat heel bevrijdend. Een mooie overgang naar de dood.’ Lees verder Legt dementie je kern bloot?

Máma

Ruud houdt van lopen. Of beter: hij kan niet stilzitten. Hij loopt van de ene huiskamer naar de andere, buigt zich over andere bewoners die achteruit deinzen, en pakt alles wat binnen zijn bereik komt. Staat hij met een botervloot in zijn handen. Of met een vaas bloemen. En als hij de rollator van iemand anders te pakken heeft, laat hij die het komende uur niet meer los. Vervelender is dat hij laatst een andere bewoner omver heeft geduwd. Een mevrouw van 102 jaar oud, bont en blauw was ze, die hem sindsdien wraakzuchtig in de gaten houdt. Lees verder Máma

Opgevouwen in de wasmand

Een minuscuul dametje heeft zich opgevouwen in de wasmand. Triest kijkt ze met haar grijze koppie naar de grijnzende mensen om haar heen. Een man sprint door de gang op topsnelheid achter zijn rollator aan. Een ander staat met haar rolstoel in de hal, hangt met haar bovenlichaam voorover en herhaalt heel hard: HALLO? HALLO? En meneer De Vries moet je in de gaten houden want voor je het weet doet hij een serieuze moordpoging op de bromelia’s in de vensterbank. Hoe dementer hoe gekker. Lees verder Opgevouwen in de wasmand

Ik wou dat ik een neger was (deel 1)

(leestijd 2 minuten)

Ik zat op de grond aan de lage salontafel, de zon scheen door het grote raam en er zaten tantes en ooms om me heen. Er werd gepraat en gelachen. Een verjaardagsfeestje. Ik zal een jaar of vier geweest zijn, een tengere kleuter met kort helblond haar. Op tafel lag een blaadje van een hulporganisatie, Memisa waarschijnlijk, met op het omslag een foto van een naakt zwart kindje. Wow, wat was dat een mooi kindje. Die prachtige bruine huid en dat grappige haar!

‘Zo zou ik ook wel willen zijn,’ zei ik. Lees verder Ik wou dat ik een neger was (deel 1)

Waren we maar rijk en niet zo knap

(leestijd 1 minuut)

Meneer Paul is een grapjas. Waarschijnlijk altijd al geweest. Maar als de rest verdwijnt en alleen de grappen overblijven, dan heb je als dementerende pech. De omgeving ook.

Tegen een tafelgenote aan de overkant:
– Ben je gisterenavond gevallen?
Verwarring aan de overzijde.
– Ik wel. In slaap.
(lachband) Lees verder Waren we maar rijk en niet zo knap

Parkeren

(leestijd 1 minuut)

Ik kom mijn smalle straat in rijden. Het is laat en regenachtig. Alle parkeerplekjes zijn bezet. Ik rij langzaam om geen plek te missen. Op de stoep laat een man zijn hond uit – tenminste, dat neem ik aan. De man is groot en heeft tatoeages op zijn schedel. De hond zie ik niet, maar het tempo van de twee ligt dermate laag dat ik het woord ‘dik mormel’ al in mijn hoofd heb. Lees verder Parkeren